Pijptabak

Door Jan Kusters

Moderator: janneman

Gebruikersavatar
janneman
Berichten: 6290
Lid geworden op: 14 feb 2009 17:17
Locatie: Sittard
Contacteer:

Pijptabak

Berichtdoor janneman » 14 feb 2009 22:18

Pijptabak

Pijproken is op z'n retour, ik schreef het al eerder. Een van de weinige overblijfselen uit die gouden tijden die nog zichtbaar zijn is een nog steeds verbijsterend assortiment aan pijptabak dat nog steeds de rekken van zelfs de armzaligste tabaccier bevolkt. Hoe moet uit dat aanbod gekozen worden, wat is nu goeie tabak? Tsja, daar bestaat geen eenvoudig antwoord op. Proberen is het enige dat helpt. En misschien een zekere basiskennis van tabak. Pijptabak is doorgaans een mengsel van verschillende tabakken, de melange of blend. Die verschillende tabakken hebben verschillende smaken en functies in onze pijptabak. Verder worden er aan tabak een aantal zaken toegevoegd om de tabak te verbeteren; de brandbaarheid, de vochtigheid en de houdbaarheid. Dat zijn de technische toevoegingen. Daarnaast kent pijptabak ook nog eens een aantal verschillende vormen; soms fijn gesneden, soms grof gesneden, en soms plakjes. Pijptabak is beslist niet vergelijkbaar met sigaren- of sigarettentabak, en over het algemeen is het dan ook geen goed idee om een pijp te vullen met halfzware shag…
De informatie op pakjes en blikken is doorgaans nogal onder de maat. In galmende reclamezinnen staat hier en daar misschien een enkel woord dat enige informatie geeft over wat we hier precies in handen hebben, en het is dan ook zinvol om in elk geval deze termen te kennen. De termen kunnen betrekking hebben op het soort tabak (Virginia, Latakia, Cavendish). Ze kunnen gaan over smaaktoevoegingen (rum, whisky, chocolade, vanille). En ze kunnen gaan over de vorm van de tabak (readdy rubbed, fine cut of fijne snede, flake). In de navolgende paragrafen wordt dieper ingegaan op deze begrippen.
Op internet is doorgaans aanzienlijk meer informatie te vinden over tabak dan op de verpakking. Vaak is van een bepaalde tabak wel op te zoeken wat de hoofdbestanddelen zijn, of welke smaken het meest nadrukkelijk aanwezig zijn. Een van de beste sites op dat gebied is tobaccoreviews.com. Het is wel zaak om bij het bekijken van andermans tabaksbesprekingen rekening te houden met persoonlijke smaak. Over het algemeen geef ik eerder de voorkeur aan informatie over de inhoud van een tabak, hoe die inhoud dan uiteindelijk smaakt maak ik eventueel later zelf wel uit. In de loop der jaren heb ik mijn eigen smaak leren kennen, en ik weet bijvoorbeeld dat ik erg van Latakia hou, en whisky is een prima uitvinding maar hoort naar mijn idee in een glas en niet in tabak. Het is dan ook zaak om in eerste instantie te ontdekken hoe de verschillende tabakssoorten smaken, en welke toevoegingen wel of niet bevallen.

Tabakssoorten
Tabak wordt gemaakt van de bladeren van de Nicotiana Tabaccum en Nicotiana Rustica. Het is een plant die vele variëteiten kan aannemen omdat de plant een uitgebreid wortelstelsel heeft en daardoor nogal afhankelijk is van de grond. Omdat het ook nog eens een snelgroeiende plant is, zijn weersinvloeden minder ‘gemiddeld’ en dus ook van grote invloed op de uiteindelijke bladeren. In grote lijnen zijn er een beperkt aantal variëteiten van de tabaksplant die voor pijptabak gebruikt worden. Sommigen vormen de ‘bulk’, de basis van een tabak. Ze hebben doorgaans niet zoveel smaak van zichzelf, maar nemen gemakkelijk een andere smaak over, of ze branden goed en worden daarom gebruikt. Andere tabakken hebben een hele sterke smaak, en worden doorgaans niet eens puur gerookt. Ze worden vooral als kruiden aan een mengsel toegevoegd om een bepaalde smaak te bereiken. De meeste pijprokers delen tabak doorgaans in een paar grote groepen in: ‘ongesausd’ en ‘gesausd’, en eventueel nog ‘pure virginia’s’.
De eerste groep, de ongesausde tabakken, omvat pure tabak of mengsels van verschillende tabakken zonder andere toevoegingen. Voorbeelden hiervan de mengsels van engelse aard, zoals Caledonian melange 466 en Dunhill Medium blend. Over het algemeen hebben deze tabakken vooral een rokerige smaak, soms zijn ze pittig als peper, of ze doen vaag aan wijn of Madeira denken. Ze roken meestal goed droog maar kunnen soms wat scherp zijn.
De tweede groep, de gesausde tabakken, bestaat uit gemengde tabakken waar smaak- en geurstoffen aan toe zijn gevoegd. Die stoffen variëren van cacao poeder tot rum en alles wat verder zoal in een keuken kan voorkomen. Vaak is de geur van de tabak in de verpakking wezenlijk anders dan de smaak tijdens het roken; chocolade ruikt nu eenmaal beter dan het brandt. Ook de rook uit de pijp ruikt wel naar die smaakstoffen, maar de roker zelf zit er als onschuldige schakel tussen en vraagt zich af waar die verwachtte schotse whisky smaak toch blijft. Een bepaald procédé om tabak te bewerken dat een tabak oplevert die 'Cavandish' wordt genoemd. Cavendish kan allerlei vormen aannemen, maar het is doorgaans een techniek die vooral bij gesausde tabakken wordt gebruikt. Voorbeelden van gesausde tabakken zijn Neptune en MacBaren Navy Flake. Over het algemeen zijn deze tabakken sterk van smaak en geur, en soms zijn de smaakmakers echt herkenbaar in een zoete geur van honing, chocolade of vanille. Ze roken soms wat nat zodat de pijp begint te gorgelen. Op dit moment zijn er veel meer gesausde dan ongesausde tabakken. Dit heeft onder andere veel te maken met het feit dat gesausde tabakken in het pakje al lekker ruiken, ook al hoeft die geur niets te maken te hebben met de smaak tijdens het roken.
De derde groep betreft doorgaans tabakken die een erg subtiele, niet nadrukkelijke smaak hebben. Er zitten minder verschillende tabakssoorten in, en zoals de naam al zegt gaat het daarbij vooral om Virginiatabakken. Voorbeelden zijn Blend 32 van Larsen en Virginia nr 1 van Mac Baren. De meeste oerhollandse baaitabakken zoals Koopvaert en Voortrekker zijn ook varianten op deze ‘pure’ virginia’s, maar dan ook nog eens van een erg fijne snede en droger dan de meeste andere pijptabakken.

Virginia
Virginia is de 1e hoofdsoort van tabak. De kleur varieert tussen licht geel en donkerbruin, het is een hete-lucht gedroogde tabak (flue-cured). De tabak bevat veel suikers en etherische oliën; de smaak is zoet en aromatisch maar ook wat scherp. Hij kan los gerookt worden maar dient vooral vaan als basis voor engelse mengsels; Virginia, wat Burley wat geroosterde of ongeroosterde oriëntaalse tabak en wat Latakia of Perique.

Burley
Er zijn twee soorten Burley; de zware soort, donker en rokerig, onder de naam Kentuky Burley vaak gebruikt als een kruid-tabak. Dit is een erg donkere tabak met een rokerige smaak, net wat minder sterk en uitgesproken dan Latakia. Deze tabak wordt doorgaans als kruidtabak gebruikt.
White Burley is de lichtere soort. Het is een lucht-gedroogde tabak, licht bruin tot mahony kleur, en niet zo zoet als Virginia. De witte Burley wordt vaak als basis gebruikt voor Amerikaanse mengsels; vaak tot 75 % Burley aangevuld met wat Virginia, Latakia of Perique, al dan niet gesausd. De tabak kan ook puur gerookt worden.

Maryland
Botanisch gelijk aan turkse en chinese tabak, 2e hoofdsoort. Okergeel tot roodbruin, karakteristieke geur (ouderwetse tabakslucht). Het is een goed brandende tabak die vaak aan mengsels wordt toegevoegd omdat hij de smaak neutraliseert en de brandbaarheid verhoogt. De tabak kan ook puur gerookt worden ( plantages tussen Potomac en Chesapeake Bay, vandaar de Nederlandse naam Baaitabak voor dit soort tabakken).

Latakia
Dit is een zwarte tabak met een rokerige, volle smaak. Hij wordt vooral gebruikt in Engelse en Amerikaanse mengsels, soms heel bescheiden om de smaak een tikkeltje voller te maken, soms tot 50 % of meer om de eigen smaak te presenteren. Latakia kan wat scherp van smaak zijn, en hij brandt wat moeizaam, vaak blijven uiteindelijk in de as ook zwarte onverbrande resten over. Er zijn twee soorten Latakia: de Syrische (het origineel) en de Cyprische variant.

Orientaalse tabaken
Typische kruidtabakken; wat zoet, wat zurig, wat scherp, wordt in kleine hoeveelheden gebruikt bij engelse mengsels. Een voorbeeld is Samsun, de herkenbare smaak van shag die ook in sommige pijptabakken voorkomt.

Perique
Kruidtabak die fermenteert in zijn eigen uitgeperste sap. Hoog nicotinegehalte, in onvermengde vorm niet te roken. Wordt tot 5 % bijgemengd in Amerikaanse mengsels (minder vaak in engelse mengsels). Deze tabak is op z’n minst zeldzaam, en dreigt uit te sterven vanwege de prijs en de bewerkelijke productie.

Technische toevoegingen
Helaas en alweer: het leven is niet simpel. In werkelijkheid bevat elke tabak -voor zover ik dat kon nagaan- toevoegingen om hem te verbeteren. De term ‘gesausde tabak’ is geen harde definitie of duidelijke grens. Elke tabak is in feite gesausde tabak, alleen overheerst bij sommige tabakken vooral de geur en smaak van de toevoegingen, terwijl in andere gevallen toch de vooral de natuurlijke tabaksgeur en smaak bepalend is. De toevoegingen in tabak zijn in grote lijnen terug te brengen tot een paar hoofdgroepen:

Smaakstoffen.
Deze groep omvat onder andere cacao, honing, verschillende soorten suiker, pruimensap, bonenextract, glucosesiroop, melkzuur, drop extract, menthol, rum, whisky, valeriaan

Bevochtigers
Tabak moet de juiste vochtigheid hebben. In onze moderne centraleverwarmde huizen droogt tabak uit, en droge tabak brand als stro; snel, heet en scherp. Om de vochtigheidsgraad goed te houden worden er stoffen toegevoegd. De meest voorkomende zijn sorbitol (een soort suiker), glycerol en propylene glycol

Conserveermiddelen
Dit zijn stoffen die ook in de voedingsindustrie gebruikelijk zijn, zoals natrium benzoaat en kalium sorbaat. Klinkt eng, maar we zijn ermee omringd…

Oplosmiddelen
Ook dit klinkt erger dan het is; we hebben hier hier voornamelijk over water als oplosmiddel voor bijvoorbeeld suikers en in pruimensap, of alcohol voor de smaakstoffen die in rum zitten.

Bindmiddelen
Het gaat hierbij om natuurlijke ‘plaksels’ die voorkomen dat de tabak in stof verandert. De stoffen zijn vaak al van nature aanwezig in tabak, maar er wordt extra toegevoegd. Voorbeelden zijn cellulose, en Guar gom.


Vormen van tabak

Tabak is doorgaans grover gesneden dan sigaretten en sigarentabak. Hoe grof verschilt. Alle in reepjes gesneden tabak –de meeste dus- kan worden omschreven als "ribbon cut", dat zegt niets over hoe grof of fijn de tabak is gesneden. De vorm van de tabak heeft alleen indirect invloed op de smaak, het heeft in de eerste plaats invloed op hoe een tabak brandt. Een hele ruwe grondregel is dat fijngesneden tabak beter brandt en dat grof gesneden tabak doorgaans minder snel op de tong bijt. Verreweg de meeste pijptabak is tussen de 1 en 3 mm breed, en lijkt uit nogal dikke draden te bestaan. Die dikte komt omdat er meerdere tabaksbladen op elkaar lagen toen de tabak gesneden werd, en die zitten nog steeds aan elkaar. In één tabak zijn doorgaans meerdere kleuren en snedes door elkaar gemengd zichtbaar (veel roodbruin, wat gelere fijngesneden tabak ertussen door, en wat dikke korrels bijna zwarte cavendish is een heel gebruikelijk mengsel). Als er niets op de verpakking staat gaat het meestal om zo'n tabak.
De fijnst gesneden tabaksvorm zien we doorgaans in de Hollandse Baaitabak; smalle reepjes van flinterdune tabak. Dit wordt doorgaans aangeduid als "fine cut", "fijne snede" en soms ook wel als "shag" (niet te verwarren met de shag die voor het zelf rollen van sigaretten wordt gebruikt). Zoals hierboven al aangegeven betekent dit dat die tabakken erg goed branden, maar wel eventueel wat scherper op de tong zijn.
Een wat minder gebruikelijke vorm van tabak is "Flake" tabak. Dit zijn plakken samengeperste tabak, meestal iets een millimeter of meer dik, en verder rond, vierkant of langwerpig, afhankelijk van de verpakking. De verpakkingen zijn doorgaans een stuk kleiner, en de tabak moet in meer of mindere mate uit elkaar gehaald worden voor het stoppen. Als het een goed brandende flake betreft dan hoeft de tabak nauwelijks uit elkaar gehaald worden, en kan gewoon een plak of meer in de kop gepropt worden. Het aandrukken van de tabak wil dan wel eens wat lastiger zijn, en meestal is het toch handiger om de tabak iets verder uit elkaar te plukken. Hoe fijn de tabak geplukt moet worden hangt dus af van de brandbaarheid en is een kwestie van proberen. Flake tabakken hebben een paar voordelen; doorgaans behouden ze goed de juiste vochtigheid, en de verpakkingen zijn klein en handzaam. Ook zijn het heel vaak langzaam brandende tabakken, in veel gevallen doe ik langer over een pijp als de kop vol flake tabak zit, dan wanneer diezelfde kop vol gewone tabak zit (in feite stop je gewoon meer tabak in diezelfde kop omdat hij meer op elkaar geperst zit). Het nadeel is dat het uit elkaar plukken van de tabak doorgaans iets minder handzaam is tijdens het stoppen van een pijp. Ik gebruik vaak de deksel van het tabaksblikje als tussenstation.
Naast de hierboven genoemde vormen zijn er nog wel andere vormen waarin pijptabak voorkomt, maar die zijn over het algemeen erg zeldzaam. Zo wordt onder de naam 'ready rubbed' flaketabak verkocht die weer uit elkaar is gehaald. Het lijkt op gewone tabak, maar vaak zitter er ook grote stukken tussen die snel uit elkaar vallen. En dan bestaat er nog zoiets als 'rope', 'twist' of 'spun cut' tabak, dit zijn sigaarachtige rollen pijptabak die, net als flake. eerst fijngemaakt worden voordat ze gerookt worden. In Nederland heb ik ze nooit gezien. Een afgeleide van deze rollen tabak is de 'curly cut' die, net als ready rubbed weer een fijngemaakte versie van deze tabak is.

Onderhoud van tabak
Er zijn pijprokers die een paar pijpen kopen, een blik tabak, en de rest van hun leven genoeglijk die ene tabak roken. Daar is niets mis mee. Dat is zelfs prima; het is mooi als je weet wat je wilt. Maar ikzelf behoor tot een wat minder heldere groep; ik heb nu weer eens zin in een lekkere zoete mixture, maar dan wil ik weer die subtiele en niet opdringerige baai, en na een hele dag gevuld met eten en drinken en roken wil ik wel eens een tabak die zo sterk en overheersend is dat al het voorgaande wordt vergeten. En af en toe probeer ik ook eens iets nieuws, en al is dat dan misschien niet meteen zo geweldig dat ik het pakje in één keer leeg rook, voor zo af en toe is het toch best wel te doen. Daarnaast schijnen er mensen te zijn die geen 8 pijpen per dag roken, maar slechts eentje, en soms zelfs wel eens een dag niet roken. De vraag die in al deze gevallen opduikt is hoelang tabak houdbaar is, en wat je dan eventueel moet doen om die tabak goed te houden.
In principe is tabak prima houdbaar. De twee grootste gevaren die op de loer liggen zijn schimmel en uitdroging. Over schimmel kan ik kort zijn; zolang tabak in de originele verpakking zit en er geen vreemde zaken worden bijgestopt, gaat tabak normaalgesproken niet schimmelen. Die 'vreemde zaken' hebben dan vaak te maken met het 2e probleem; uitdroging. Adviezen die ik vroeger kreeg, zoals als een plakje appel of aardappel bij de tabak stoppen zijn inderdaad de meest geschikte manier om een schimmel in je tabak te krijgen. En als dat dan niet in de originele verpakking gebeurd, maar in een tabakspot waar later ook weer nieuwe tabak in komt, dan heeft die schimmel vaste voet aan de grond, en zal die nieuwe tabak net zo gemakkelijk gaan schimmelen. Uitdroging van tabak bestrijdt men dus niet met groente en fruit…
Zoals al eerder geschreven, pijptabak heeft een zeker vochtigheid nodig om optimaal te smaken. Die vochtigheid is een tamelijk kritisch punt. Is de tabak te nat, dan wil hij niet goed branden met als gevolg sneller roken en blaren op de tong (of het kost bergen lucifers). Is de tabak te droog, dan brandt de tabak te snel en te heet, en het resultaat is alweer blaren op de tong. En die juiste vochtigheid is dan ook weer per tabak anders. Doorgaans gaat het om een vochtigheid van tussen de 14 en 18%, maar dat is buiten een laboratorium nauwelijks vast te stellen. Uiteindelijk wordt het een kwestie van ervaring; de pijproker plukt en voelt en beslist of het goed is. De tabak komt doorgaans op ideale vochtigheid -of net een fractie vochtiger- uit de fabriek. In de moderne gesealde pakjes en de vacuüm gezogen blikken blijft tabak heel erg lang goed, en pas na het openmaken van de verpakking begint eventueel het uitdrogen. Vandaar dat het ook zaak is om, als er een nieuwe verpakking geopend wordt, meteen even op die vochtigheid te letten; zo zou het dus ongeveer moeten zijn. Aan de meeste tabak is een stof toegevoegd die de vochtigheid op peil moet houden, en die doet dat binnen zekere grenzen prima. Maar in onze centraal verwarmde huizen is de luchtvochtigheid vaak zo laag, dat tabak toch kan uitdrogen. Tabak in blik houdt zich beter dan tabak in een pakje, omdat een blik nu eenmaal beter sluit. Het veelvoorkomende systeem van papier in een blik, met nog een los vel erboven op helpt ook om dit uitdrogen te voorkomen omdat het papier al een beetje vochtregulerend werkt, en het losse velletje erboven op ook nog eens als een 2e deksel werkt. Naar mijn ervaring wekt het overladen van tabak uit blik naar een echte tabakspot doorgaans minder goed; in een tabakspot droogt tabak meestal sneller uit, en zullen sneller hulpmiddelen nodig zijn om de vochtigheid goed te houden. Een goed alternatief voor echte tabakspotten zijn ínmaakpotten met een rubber ring en een klem. Ze sluiten prima, en tabak kan hier maar zeer beperkt in drogen (tabak moet ook liefst donker bewaard worden, en dat is in glazen potten dan weer wat minder het geval). Alleen als er weinig tabak in een blik of goedsluitende pot zit wordt de kans op uitdrogen weer groter.
Als de indruk ontstaat dat tabak te droog wordt moet tabak opnieuw bevochtigd worden. Ook tabak die volkomen uitgedroogd is kan op die manier weer goed rookbaar gemaakt worden. De kunst is dat er water bij de tabak moet, maar vooral niet teveel. Vandaar ook dat druppels op de tabak gooien al veel te vele is; dan is een deel van de tabak te nat, en de rest is nog steeds te droog. De eenvoudigste manier om tabak weer iets vochtiger te maken is een koffiefilter nemen en hier een stuk uitknippen dat goed in het pakje of blik past. Op dat stuk filterpapier worden dan een paar druppels water gedaan; 10 druppels is al veel, en het is dus zeker niet de bedoeling om dat stuk papier kletsnat te maken. Het nauwelijks vochtige stuk papier wordt dan bij de tabak gedaan, de verpakking of het blik wordt weer afgesloten, en na een dag of twee kan gecontroleerd worden of de tabak nu beter is. Als de tabak echt kurkdroog is dan moet deze behandeling misschien een paar keer herhaald worden. Met wat geduld kan zo elke tabak weer een goede vochtigheid krijgen. Mocht de tabak ineens toch weer te vochtig blijken te zijn, dan rest er niets anders dan de verpakking een paar dagen open te laten, maar in principe zal dit niet voorkomen als er voorzichtig en met wat geduld bevochtigd wordt. Er bestaan ook speciale 'knopen' om de vochtigheid van tabak te regelen. Doorgaans zijn dit aluminium doosjes waarin een poreuze steen zit. Deze knopen kunnen een paar minuten in lauw water gelegd worden, dan goed afgedroogd worden waardoor er alleen nog water in de steen zit. Dan wordt de knoop weer bij de tabak gelegd, en verder werkt het hetzelfde als het filterpapier. De knopen ogen wat netter, maar in feite werken ze precies hetzelfde. In tabakspotten zit vaak een sponsje in het deksel dat eventueel nat gemaakt kan worden. Mijn eigen ervaring is dat dit heel voorzichtig moet gebeuren, in zo'n sponsje kan al snel meer water dan eigenlijk goed is, en voor je het weet is de tabak weer te nat. Ook in echte tabakspotten gebruik ik liever de knopen of het filterpapier dan zo'n sponsje in het deksel.
Voor een pijproker als ik, die vaak vier of vijf soorten tabak tegelijk open heeft wordt het onderhoud van tabak een serieuze taak. Een keer per week loop ik alle geopende verpakkingen even na en bepaal of er soms een knoop bij moet of niet. Vijf soorten tabak open? Jawel; doorgaans heb ik in elk geval een zoete 'gesausde' tabak open die ik een groot deel van de dag rook. Daarnaast is er altijd wel een Baai en een Latakia tabak die ik ook bijna elke dag wel rook. En ik heb meestal wel een of ander blik dure luxe tabak die ik als 'zondagse' tabak gebruik. En dan nog een pakje dat zonodig eens geprobeerd moet worden…

Aantekeningen maken
Ik sta voor de uitgestalde tabak in een zaak waar ik al jaren niet meer geweest ben. "Upper Ten Heerenbaai, hee, die heb ik allang niet meer gezien. Wat was daar ook al weer mee?" Ik koop een pak, en steekt thuis op. "O ja, dat was ermee; ik vond dit de afschuwelijkste tabak die ik ooit gehad had!" Grrrr…
Voor iedereen -behalve de doelgerichte pijproker waar ik de vorige paragraaf mee begon- loont het de moeite om aantekeningen te maken over tabak die gekocht en gerookt wordt. In het begin lijkt dat overdreven, maar na 5 jaar van dan eens dit en dan eens dat proberen weten de meesten echt niet meer hoe die 14e tabak nu ook al weer smaakte. Bovendien wil in de loop der tijd smaak wel eens wat veranderen, bijvoorbeeld omdat je steeds beter leert om een pijp in het goeie tempo aan de praat te houden. En dan is het wel eens handig om bijvoorbeeld een tabak die ooit eens niet beviel vanwege slecht branden aan een nieuwe test te onderwerpen. Verder is het zo dat producenten eigenlijk vaak een soort van 'fabriekssmaak' hebben. Zo vind ik –dit is puur een persoonlijke smaakkwestie en zegt absoluut niets over de kwaliteit van die tabakken!!!- de meeste Niemeyer tabakken wel lekker, en de meeste Mac Baren tabakken toch wat minder lekker. De een houd van suiker in z'n koffie, de ander niet, zoiets. Het ontdekken van die grote lijnen is ook veel gemakkelijker als er aantekeningen gemaakt worden.
Het maken van aantekeningen is op zichzelf eenvoudig; het is niet de bedoeling om in vloeiende volzinnen een gedetailleerde smaakanalyse –'en een vleugje Nepalese koreander'- te geven. Het gaat er vooral om iets te noteren waar ik later nog wat aan heb, en eigenlijk zijn dat vaker redelijk exacte gegevens, en minder vaak smaakaantekeningen. Bij het proberen van een nieuwe tabak is het wel van belang om niet te snel een oordeel te vellen. Ik ga ervan uit dat ik minstens 1 pakje nodig heb voor ook maar een beetje een beeld begin te krijgen. Bij één of twee keer roken is de kans groot dat het moment van de dag of de manier waarop die ene pijp uitvalt bepaalt wat ik van een tabak vind, en als ik de tabak op meerdere momenten en met verschillende pijpen rook, dan wordt dat beeld toch wat genuanceerder. Wat noteer ik zelf?

1: exacte gegevens:
-Naam van de fabrikant, naam van de tabak (bv. T Niemeyer, Sail Natural)
-Verpakking, prijs en wanneer/waar gekocht (bv. 50 gr pouche, 27-5 2003, €4,35 bij Van Neer Sittard.
-Beschrijving op de verpakking (voor zover van belang: bv. Burley en Virginia, gekruid met Latakia, India en Indonesia)
2: vóór het roken:
-Hoe ziet de tabak er in mijn ogen uit in de verpakking (bv. middelgrof, twee kleuren bruin met kleine stukjes lichter en donkerder.
-Hoe ruikt de tabak in de verpakking (vb. zachte maar pure tabakslucht, weinig andere geurtjes)
3: tijdens het roken
-Hoe rookt de tabak (vb. voorzichtig stoppen en aandrukken tijdens het roken, is snel te vast gestopt, heeft iets de neiging tot nat roken, de pijp wordt behoorlijk warm en heeft ook iets meer neiging uit te gaan, misschien is de tabak iets te vochtig. Gaat wel lang mee)
-Hoe smaakt de tabak (vb. Neutrale rooksmaak, ik proef niet echt Latakia, maar wel een ongesausde tabakssmaak. Merkbaar samengesteld uit verschillende tabakken, smaak is wat 'ingewikkeld' en lijkt niet snel te vervelen.

Als ik een nieuwe tabak probeer dan begin ik vaak meteen bij het openmaken met de eerste twee onderdelen in te vullen. De exacte gegevens kunnen zo uitgeschreven worden, voor het 'vóór het roken' leg ik wat tabak op een wit vel papier en pluk die uit elkaar om hem daarna met daglicht eens goed te bekijken. Het kan zijn dat ik later daar nog iets aan toevoeg, maar doorgaans zijn deze zaken snel duidelijk. Dan steek ik die tabak een eerste keer op, en probeer me een algemeen beeld te vormen; wil ik dit vaker roken? In de dagen of weken daarna neem ik af en toe eens de tijd om een pijp met deze tabak in alle rust op te roken (zie de paragraaf 'de perfecte pijp'). Ik gebruik bijna altijd dezelfde pijp voor alle nieuwe tabakken die ik probeer; zo krijg ik bijvoorbeeld een indruk over hoe snel of langzaam een tabak rookt. Na een paar keer roken probeer ik mijn eerste smaakindrukken kort te noteren, en daarna kijk ik regelmatig of ik die eerste aantekeningen nog standhouden. Doorgaans maak ik pas halverwege zo'n eerste pakje tabak wat aantekeningen over hoe deze tabak zich laat roken (brandt goed of slecht etc). Dit omdat het vaak nodig is om even de meest opvallende kenmerken van een tabak te leren kennen; soms moet tabak vast gestopt worden, soms losser, en soms is toch een andere dan mijn 'standaardpijp' nodig.
Als een tabak na een eerste blik of pakje goed lijkt te bevallen is het nog niet zo dat ik klaar ben om er 5 kilo van te bestellen. Het komt voor dat ik pas bij het derde of vierde blik ineens ontdek dat de tabak eigenlijk een heel licht bijsmaakje heeft dat me eigenlijk niet bevalt, en dat me steeds harder begint op te vallen. Vaak maak ik dan alsnog een aantekening in mijn tabaksboekje…

Terug naar “Pijprokerskennis”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast