Zoveel pijpen

Door Jan Kusters

Moderator: janneman

Gebruikersavatar
janneman
Berichten: 6277
Lid geworden op: 14 feb 2009 17:17
Locatie: Sittard
Contacteer:

Zoveel pijpen

Berichtdoor janneman » 14 feb 2009 21:58

Zoveel pijpen

De keuze in rookgereedschap bij de meer gespecialiseerde pijpenboer kan overweldigend zijn. Ooit eens had elke sigarenwinkel op de toonbank een mandje met pijpen staan. "Uitzoeken: 5 gulden per stuk, drie voor een tientje"… Daarnaast was er dan ook nog het een en ander dat uit onduidelijke laden en rekken tevoorschijn kwam, als je te kennen gaf een 'betere' pijp te zoeken. In de loop van de eindjaren '60 en beginjaren '70 werd dat anders, er verschenen steeds meer indrukwekkende rekken en ladenkasten, en de keuze werd groter en groter. Pijpen van de meest uiteenlopende merken, een eindeloze reeks pakjes blikken en potten tabak, het kon niet op. Helaas, helaas, ondertussen zijn dit verhalen van opa die wat voor zich uit mijmert. Ondertussen hebben al die grote en goed geoutilleerde tabaksspecialisten plaats gemaakt voor een enkele kras- en staatslot verkoper die tussen de tijdschriften door ook nog wat rokerswaar verkoopt. De ruimte voor pijpen weer gekrompen tot een enkel hoekje, of een paneeltje aan de muur met een verzameling pijpen. Wat wel uit die tijd is overgebleven is een ruime sortering in prijs… Pijprokende verkopers die op eigen ervaring gestoeld advies geven zijn al helemaal een zeldzaamheid geworden. Hen valt het niet te verwijten; de schoorsteen van een eerzaam middenstander moet ook roken, maar voor de pijproker, en vooral de beginnend pijproker is dit natuurlijk wel een probleem. Wat is nu een goede pijp? De goedkoopste pijpen die ik momenteel zie kosten 20 to 40 euro, en het is heel gemakkelijk om 200 euro voor een pijp neer te bladeren. Meer, veel meer, lukt ook. Vanwaar die verschillen, en rookt U dat er nou aan af? Voor 50 euro koopt U een fatsoenlijke pijp, ik schreef het al elders. Een pijp die technisch goed gemaakt is, van behoorlijk hout en met een goede vorm. Dat is mooi. Waarom zou dan iemand ooit meer aan een pijp uitgeven?

Een paar gedachte-experimenten kunnen misschien enige soelaas bieden. bepalen wat nu precies belangrijk is in je plezier aan een pijp. Niet je laatst gekochte pijp meenemen bij deze testjes; daar ben je altijd blij mee, leg die even aan de kant. En denk dan eens na over de volgende zaken:
Van welke pijpen die je hebt geniet je het meest? Is dat een van de duurste, of is dat toch eerder een van de pijpen die je het langste hebt? In dat laatste geval is smaak inderdaad de scherprechter; inroken duurt in werkelijkheid geen 10 keer, maar gaat jaren lang door, en een goed behandelde pijp die jarenlang gerookt is zal doorgaans beter roken dan een nieuwere pijp; hij zal droger roken, voller smaken en je eenvoudigweg beter 'liggen', je bent er nu eenmaal beter aan gewend. Als het toch een van de duurdere nieuwere pijpen is, dan speelt er meer dan alleen smaak mee; je weet wat je voor dat genot betaald hebt, en vermoedelijk is de pijp ook gewoon opvallender, mooier, dan een goedkopere pijp.
Kun je je pijpen op volgorde neerleggen van minst favoriet tot meest favoriet? Als dat lukt zou je ook eens naar vorm kunnen kijken, en zelfs met een schuifmaat aan de slag kunnen gaan: misschien hebben je drie meest favoriete pijpen wel dezelfde binnenmaten van de kop, of dezelfde vorm. Als je dan al een duurdere pijp koopt, is het wel de moeite waard om er een te kiezen die in elk geval overeenkomt met je favoriete pijpen...

Hout.
Een pijp is van hout. Dat is, zoals we in de volgende parafen zullen ontdekken, geen wet van Meden en Perzen, maar verreweg de meeste goeie pijpen die daadwerkelijk bedoeld zijn voor roken zijn tegenwoordig inderdaad van hout. Vandaar dat ik dit hoofdstuk begin met een lang verhaal over houten pijpen; waarvan en hoe zijn ze gemaakt, wat voor soorten kennen we en dergelijke. Als we de houten pijpen eenmaal kennen, is de rest een eitje.

Nu is hout natuurlijk een prachtig materiaal; het groeit zomaar vanzelf, ziet er bij leven aangenaam uit, en is na overlijden een prachtige grondstof voor van alles en nog wat. Houten schepen voorzien van ijzeren mannen hebben de wereld ontdekt, modder ingelijst tussen houten balken heeft ons schone Limburg van rustieke huisjes voorzien, en dolgedraaide schrijnwerkers hebben kastjes, tafels en stoelpoten geproduceerd en overdekt met de meest uiteenlopende staaltjes van decoratief snijwerk. En als hout nergens anders voor te gebruiken is, dan is het altijd nog geschikt voor kampvuur of open haard... En nu net die laatste eigenschap van hout doet wat vreemd aan als we het hebben over pijpen. Tenslotte is een pijp weinig meer dan een erg kleine en transportabele open haard voor het stoken van tabak. Hoezo gaat de pijp zelf niet op in vlammen bij al dat vurig genot?
Houten pijpen worden gemaakt van een betrekkelijk speciaal soort hout dat Bruyère wordt genoemd. Er bestaat overigens niet zoiets als een bruyère boom. Bruyère komt iets dat in goed Nederlands wordt aangeduid als Boomhei, een wat struikachtig, taai en langzaam groeiend gewas. Deze Boomhei heeft onder aan de stam, net onder de grond, stevige houtachtige wortelknollen. Die knollen bestaan niet alleen uit cellulose (‘hout’) maar ook uit kiezel, een steenachtig mineraal. Het hout is daardoor hard en brandt niet goed, ziehier het wonder van de niet brandende pijp. De Boomhei groeit alleen rondom de middellandse zee in een vorm die geschikt is voor pijp maken. Ze wordt niet gekweekt, voor pijpen worden planten uit de vrije natuur geoogst. Gezien dit ongecontroleerde en onderaardse groeiproces heeft het vinden van goed hout voor pijpen wel iets weg van diamanten zoeken; er is veel dat mis kan gaan. Scheuren in de knol, ingesloten beestjes, ingegroeide steentjes, en alles onzichtbaar totdat de knol; geoogst is en de bewerking begint...
Voordat er goeie knollen aan de struik zitten moet deze minstens 25 jaar oud zijn. Aan het begin van de winter worden de geschikte knollen uitgegraven. Vervolgens worden de knollen gedurende een half jaar bewaard in een vochtige koele omgeving, om het hout rustig te laten afsterven. Daarna worden de knollen in blokken gezaagd, de zogenaamde ébouchons. Deze blokken worden lang gekookt, om zoveel mogelijk sap en hars uit het hout te verwijderen. Daarna worden ze langzaam en zorgvuldig gedroogd, en worden ze verkocht aan pijpmakers. Ook die willen in sommige gevallen nog wel een reeks handelingen met het hout uitvoeren (koken in olie, bevochtigen en opnieuw drogen en noem maar op) om ervoor te zorgen dat een pijp straks van het begin af aan zo goed en neutraal mogelijk smaakt. In de behandeling van het hout is de laatste 20 of 30 jaar veel vooruitgang bereikt, en een van de vroegere functies van inroken is tegenwoordig dan ook gelukkig vervallen. Vroeger was inroken vooral nodig om de ‘groene’ houtsmaak uit een pijp te krijgen, tegenwoordig is dat doorgaans al grotendeels door de fabrikant gedaan door het hout beter en op andere manieren te drogen. Het maken van de pijpvorm zelf bestaat uit een aantal stappen. Eerst wordt de pijp ruwweg in model gezaagd met behulp van lintzagen. De kop, het gat voor de steel en het rookkanaal worden uitgeboord. Daarna worden op een draaibank met verschillende hulpmiddelen de ronde vormen gemaakt. De pijp wordt met vijlen en schuren verder afgewerkt. Daarna volgen soms nogmaals kooksessies in olie. Het mondstuk van acryl kunststof of pararubber wordt na alle voorgaande handelingen passend gemaakt. Tenslotte wordt een pijp gekleurd met een beits op alcoholbasis die in het hout trekt en de poriën van het hout niet afsluit. Als laatste wordt de pijp opgepoetst met Carnauba was om een pijp min of meer glanzend te maken.
Zoals uit het bovenstaande al blijkt is een pijp een echt natuurproduct, en tijdens de fabricage kan dan ook heel wat mis gaan. Het hout kan scheuren hebben, en tijdens het in model maken kan de pijpmaker steentjes of holtes in het hout tegenkomen. In veel gevallen betekent dit het einde van wat ooit een veelbelovende pijp leek, maar vaak kunnen kleine ongerechtigheden met wat plamuur worden bijgewerkt (de vullingen). Die pijpen met vullingen zijn doorgaans goedkoper dan pijpen zonder vulling, en als de vullingen niet op kritieke plaatsen zitten zijn ze van geen invloed op de smaak en levensduur van een pijp. Kritieke plaatsen voor vulling zijn de rand van een pijpenkop, en de hals. Op die plaatsen heeft het hout meer te lijden, en de kans dat de vulling daar vroeger of later uitvalt is groter. Bij een nieuwe pijp zijn vullingen bijna onzichtbaar, maar later tijdens jaren roken wel zichtbaar worden omdat de pijp anders verkleurt dan de vulling. Deels weet je al uit de prijs van een pijp dat er vullingen in zullen zitten, ik geloof niet dat ik ooit een pijp van onder de 200 euro gezien heb zonder vullingen. Maar om ze bij aanschaf te zien vergt heel wat nauwkeurig turen op de vierkante millimeter.
Het is ook mogelijk dat foutjes in het hout net onder het oppervlak zitten, nooit gezien door de maker van de pijp, nooit gezien door de handelaar. Onzichtbaar, maar toch aanwezig. En al snel na het eerste roken begint zich ergens een scheurtje af te tekenen, of begint een pijp te zweten (vocht komt op een bepaalde plaats tijdens het roken naar buiten). Elke goede pijphandelaar zal bereid zijn zo’n pijp terug te sturen naar de fabrikant, en naar mijn eigen ervaring wordt zo’n pijp zonder verdere problemen vervangen door een nieuw exemplaar.

Het goed roken van een pijp wordt in de allereerste plaats bepaald door de technische kwaliteit van een pijp. In feite zou elke pijpenmaker dit zonder mankeren goed moeten kunnen doen, maar helaas, soms wordt vorm belangrijker gevonden dan mogelijke gevolgen voor het roken. En winst maken schijnt ook wat waard te zijn. Wat is nu een technisch goede pijp?
In de eerste plaats moet er gewon goed hout gebruikt zijn dat goed behandeld en gedroogd is. Dit is niet aan een pijp af te zien, de meer of minder goeie reputatie van een bepaalde fabrikant is eigenlijk de enige aanwijzing.
Vervolgens moet een pijp goed geboord zijn. Het is de bedoeling dat het rookkanaal vanuit de steel onder in de ketel uitkomt, niet een paar millimeter boven de bodem van de ketel. Als het gat te hoog zit zal een pijp nooit helemaal tot op de bodem leeg te roken zijn.
Verder is het de bedoeling dat de weg van de rook zo recht en geleidelijk mogelijk is. Op internet lijken vele deskundigen het met elkaar eens te zijn dat het nat roken van een pijp -reutel, slurp, reutel- ondermeer een gevolg is van een tabakskanaal dat wijder en smaller wordt, of dat tegen haakse hoeken aanloopt waardoor de rook gaat wervelen. Ikzelf ben hier niet helemaal van overtuigd, maar een goed rookkanaal maakt het mogelijk om een pijpenrager gemakkelijk van het bit tot in de ketel door te steken zonder de pijp uit elkaar te halen, en dat zie ik in elk geval wel als een voordeel. Dit pleit in elk geval voor een pijp zonder metalen frutselfilters, en eigenlijk ook een pijp zonder grote holle ruimte voor andere filters (of er moeten van die vulstukjes gebruikt worden zoals ik bij de paraaf over filters schreef).
Een laatste eis voor een technisch goede pijp is een niet te dunne wand en geen extreme vormen in de ketel of het rookkanaal. Dunne plekken worden heter en lopen meer gevaar ooit eens door te branden. En extreem wijde of diepe ketels zijn doorgaans moeilijker goed te roken. Middelmaat is niet voor niets ooit middelmaat geworden...


Afwerking
De waarde van een pijp wordt niet alleen bepaald door de technische kwaliteit (is de pijp goed gemaakt en goed te roken) maar ook door hoe mooi de pijp is. En zoals meestal wordt zeldzaam mooier gevonden. Bij het hout waar pijpen van gemaakt worden is een dunne rechte nerf met een gelijkmatige structuur het meest zeldzaam, en dus is een pijp met zo'n nerf ook het duurste. Dit wordt een 'straight grain' genoemd. Als volgende, iets minder gewaardeerde nerf kennen we zo de ‘birds eye’. Dit zijn in feite dezelfde rechte nerven, maar dan ‘van boven’ gezien; we kijken tegen de kopse kant van het hout aan, en zien eigenlijk allemaal kleine rondjes en puntjes. Een derde variant, weer iets minder hoog aangeschreven is de ‘sun burst’, waarbij de nerven stervorming vanuit één punt uitwaaieren. En dan is er nog de ‘flame’ waarbij de nerven in feite niet meer zo mooi regelmatig zijn, maar wel een aardig grillig patroon vormen. De meeste pijpen hebben niet helemaal hetzelfde patroon, maar hier een stukje straight grain, daar een stukje birdseye, en verder een rommeltje. Hoe groter de ‘mooie’ stukken zijn, hoe duurder de pijp. En wat nu gedaan met pijpen waarbij het hout wel een duidelijke maar absoluut niet interessante nerf heeft? Dan kun je er een gewone goedkope pijp van maken, of je doet iets waardoor de pijp misschien toch weer wat boeiender gaat uitzien; je maakt er een reliëf van. De bedoeling is dat het hoog laag een andere charme heeft dan de gladde pijp met een rommelige nerf. Manieren om zo’n pijp met relief te maken zijn sandblast en rustica.
Sandblast (een gezandstraalde pijp) wordt over het algemeen gebruikt als het hout niet zo'n hele mooie houtnerf heeft. Het heeft dus in de eerste plaats een esthetische reden. Sommige mensen vinden dat een sandblast koeler rookt, omdat hij een groter oppervlak heeft en dus meer warmte kan afstaan. Zelf heb ik dat effect nooit zo gemerkt, het lijkt me vooral een theoretisch voordeel. Een voordeel dat ik wel zelf zie is dat een sandblast, omdat hij ruw oppervlak heeft, minder last heeft van krasjes en deuken die een pijp in de loop der jaren nu eenmaal oploopt. Kleine beschadigingen vallen nu eenmaal minder op in een oppervlak dat van zichzelf al ruw is. De sandblast benadrukt in feite de nerf van het hout; de nerf bestaat namelijk uit een afwisseling van hardere en zachtere stukken hout, en met een straal perslucht en zand of glasbolletjes wordt het zachtere deel weggeschuurd. Een hele enkele keer worden ook pijpen met een opvallend mooie nerf wel eens gesandblast om die reden, dan komt de nerf extra uit. Maar over het algemeen wordt sandblast dus toegepast op de wat mindere pijpen. Even voor de goede orde: minder gaat in dit geval dus over minder dan de speciale topstukken. Een echte volledige straight grain heb ik nog nooit gezien, en een pijp die grotendeels straight grain heeft kan gemakkelijk 5000 euro of meer kosten… We hebben het hier over diamanten, zeldzaamheden, en dat heeft dus niet te maken met het rechtstreeks rookgenot, maar met visueel plezier dat we aan een pijp kunnen beleven. Onder de pak hem beet 200 euro kom je nooit een pijp tegen die een groot stuk bijzondere nerf heeft. Bij die echt dure pijpen zullen minder vaak sandblast pijpen zitten. In de lagere prijsklasse is het meer een keuze van de fabrikant; die wil zoveel gladde pijpen maken, ongeacht de nerf, en zoveel gezandstraalde pijpen.
Naast sandblast heb je nog een techniek om pijpen een reliëf te geven. Dan wordt niet met een zandstraal zacht hout weggeblazen, maar met messen en puntige beitels gewerkt. Het reliëf dat zo ontstaat wordt wel eens aangeduid met rustica (rusticated), en heeft dus helemaal niets meer met de eigenlijke houtnerf van doen. Vroeger werd die techniek vooral toegepast op stukken hout die helemaal geen zichtbare nerf hadden, en toen werden die pijpen dan ook voor het laagste soort aangezien. Tegenwoordig wordt die techniek vaak wat subtieler gebruikt, en ik heb zelfs de indruk dat het momenteel een beetje mode is. Je komt momenteel dan ook in deze categorie best wel goede pijpen tegen.

De beits bepaald de kleur van een pijp, en is daardoor ook een opvallend kenmerk. Beits is iets anders dan verf of vernis. Verf en vernis vormen een harde laag boven op het hout, beits trekt in het hout en laat de poriën van het hout open. Dit is van belang om een pijp te laten drogen en ademen. Wantrouw dan ook altijd pijpen waarbij je de nerf helemaal niet kunt zien, de enige indicatie die je dan nog hebt over de kwaliteit van het hout is de goede naam van de fabrikant...
Beits is er in vele kleuren, en doorgaans worden pijpen telkens met twee kleuren beits bewerkt om de nerf te benadrukken. Een nadeel is dat veel beits de neiging heeft om in de loop der jarendoor het roken donkerder te worden. Dit is ook van de fabrikant afhankelijk, bij sommige fabrikanten is dit nadonkeren sterker dan bij anderen. Dit kan betekenen dat een fraaie nervatuur in de loop der jaren minder zichtbaar wordt. Om die reden heb ik persoonlijk bijvoorbeeld vrij veel pijpen die in gesandblast zijn, en daarna zwart gebeitst zijn. Het voordeel van zo’n pijp is dat je weet wat je hebt; je ziet de nerf in reliëf, de beits kan niet donkerder worden, de pijp blijft uiterlijk altijd hetzelfde. En ze zijn doorgaans minder duur; echt fraai hout is duurder, en zal zeker niet zwart gebeitst worden.

Terug naar “Pijprokerskennis”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast