De perfecte pijp.

Door Jan Kusters

Moderator: janneman

Gebruikersavatar
janneman
Berichten: 6277
Lid geworden op: 14 feb 2009 17:17
Locatie: Sittard
Contacteer:

De perfecte pijp.

Berichtdoor janneman » 14 feb 2009 18:16

De perfecte pijp.

Het leven valt niet mee. De voorgaande paragrafen wekken vast de indruk dat het leven van een pijproker een soort van zelfgekozen hel is, bestaand uit pijpen die uitgaan, verschroeide tongen en een ondoorgrondelijke pijp- en tabaksnatuurkunde. Gelukkig loopt het niet allemaal meteen zo’n vaart. Een pijp smaakt ook als hij 273 keer aangestoken moest worden. En de blaren op de tong zijn morgen weer over, en met frisse moed kan een volgende poging ondernomen worden. Ooit eens zal het lukken, en nog eens lukken, en weer lukken. Pijproken is in zekere zin een voortdurende zoektocht naar perfectie en genot. Zoals de Japanse theemeester jaar na jaar dezelfde handelingen in opperste concentratie herhaalt om uiteindelijk tot perfectie te komen, zo blijft ook de pijproker werken aan zijn kunst. De kunst van genot, jawel. De pijp kan niet, als een sigaret, achteloos aangestoken worden en brandt niet vanzelf tot het einde door. De pijp kan zelfs niet tegen af en toe een korte pauze, zoals de sigaar. Voor beginnend pijproker en voor oude rot, het blijft de moeite waard om eens af en toe een uurtje uit te trekken waarbij er geen storing is, geen onderbreking, geen afleiding, maar uiterste concentratie op dat wat we doen; een pijp roken. Niet elke pijp die we roken hoeft in diezelfde heilige sfeer genuttigd te worden, maar één keer per week een uurtje om echt een pijp te roken maakt dat we ons bewust blijven van wat we doen, en de lessen die we dan leren helpen ons meer te leren over pijproken, en zorgen ervoor dat ook ons ‘alledaags’ roken steeds beter verloopt. Nog steeds zijn er momenten waarop ik, na een uur geconcentreerd rookgenot, de pijp in de asbak leegmaak, en tevreden achterover zak. Ik heb weer eens een perfecte pijp gerookt.

Ik zet de telefoons uit, de tv uit, de computer uit, en kies een muziekje waar ik me niet helemaal in verlies. Koffie, thee of iets stevigers wordt klaargezet. Vervolgens wordt de tabak gekozen. Subtiele baai, wulpse zoete tabak of een ferme Latakia, waar heb ik nu echt zin in? Bij die tabak kies ik mijn pijp met dezelfde zorg als een duellist zijn pistool kiest. Is de kop schoon, trekt de pijp goed? Ik richt me in op mijn zitplaats; tafel met toebehoren en de gekozen vloeibare versterking bij de hand. Een schone asbak, de pijpenstopper, een doosje met lange lucifers en een paar verse pijpenragers liggen klaar.
Dan wordt de pijp gestopt. Met voorzichtige plukjes maak ik de tabak los en stop de kop. Telkens even aandrukken en een trekje nemen; niet te vast? Als de pijp gevuld is volgt het aansteken. Een eerste lucifer wordt afgestreken. Even wachten tot de lucifer goed brandt en de eerste walm verdwenen is. Dan hou ik de lucifer boven de kop en zuig het vlammetje omlaag naar de tabak. Ik gebruik de hele lucifer met voorzichtige trekjes om het hele tabaksoppervlak aan’t gloeien te krijgen. Geen harde trekken, want dan staan de blaren al op mijn tong voor ik begonnen ben! Nadat die eerste lucifer in de asbak is geëindigd komt de stopper erbij. Voorzichtig druk ik de opgekrulde tabak plat terwijl ik kleine trekjes blijf nemen om te voorkomen dat ik de zaak te vast aandruk. Meestal blijft de pijp wel branden, maar slechts op één plaats. De tweede lucifer wordt met even veel zorg als de eerste gehanteerd. En dan kan ik achterover leunen en de eerste trekken genieten.
Nu wordt de pijp gerookt. Kleine trekjes, af en toe een wat langere trek als ik de indruk krijg dat de pijp minder begint te branden. Het gloeiend vlak in de kop krimpt snel in tot een kleine vonk die ik met voorzichtige trekjes door de kop laat kruipen. Ik proef de tabak, en probeer de verschillende smaakonderdelen te herkennen. Honing? Brandende bladeren? Scherp of zoet? De wolken die ik uitstoot hangen als een sluier om mij heen, soms speelt een straal zonlicht erdoor, of springt de rook boven een kaars omhoog. Af en toe merk ik dat de pijp lichter begint te trekken, en ik druk de tabak een beetje aan. Als de pijp minder lijkt te branden en toch goed aangedrukt is dan neem ik een of twee wat langere trekken met een vinger over de ketel om de tabak weer iets harder te laten branden. Als ik toch even te snel rook dan begint de pijp een paar pruttelgeluidjes te maken. Ik pak de pijpenrager en manoeuvreer die via het mondstuk naar binnen. Even heen en weer halen en een ietwat klamme pijpenrager komt weer naar buiten. De pijp pruttelt niet meer, maar de tabak moet wel weer even aangedrukt worden.
Op gegeven moment gaat de pijp toch uit. Meestal laat ik de as gewoon zitten. Ik strijk weer een lucifer af, en hou die ook weer gewoon boven de kop. Met wat langere en hardere trekken dan in het begin zuig ik de vlam naar binnen. Dat laatste stuk roken is doorgaans het lekkerste. De pijp is goed op temperatuur en alle condens die tijdens het roken ontstaat verdampt vrijwel meteen. De tabak heeft een volle smaak gekregen, alle scherpe randjes zijn nu helemaal verdwenen. Ik voel hoe het einde nadert, maar probeer het uit te stellen. Met heel voorzichtige trekjes houd ik de pijp aan de praat. Maar dan komt het moment waarop lucht tussen uitgebrande asresten door sist. Geen rook meer, geen vuur meer, alles op.
Ik blaas voorzichtig even in het mondstuk, al weet ik bijna zeker dat de pijp droog gerookt is. Ik leg de pijp weg en neem een slok koffie. De smaak van de tabak blijft nog even in mijn mond. Dan keer ik de pijp om boven de asbak, en met een beweging van het schepje aan mijn pijpenstopper valt een kleine hoeveelheid lichtgekleurde as in de asbak. Een blik in de kop leert dat die daadwerkelijk leeg is; geen tabaksresten, geen natte prop tabak onderin, alles is schoon opgebrand. Ik druk een verse pijpenrager door het mondstuk tot in de kop en haal die terug. Vrijwel droog. Ik blaas nog een keer stevig in het mondstuk, en leg de pijp naast de asbak, het mondstuk op de rand zodat de kop wat lager ligt. In de asbak rusten 3 lucifers, twee pijpenragers en één hoopje as.
Bijna goed, volgende keer beter.

Terug naar “Pijprokerskennis”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast